Just another WordPress.com site

Aardedonker

De aarde opent zich en haar gezicht licht op. 

Wie is daar?

Eerder:

Grond plakt aan haar benen. Gras ook. Ze was naar beneden geslopen nadat de w.c. werd doorgetrokken en het vertrouwd krakende bed weer stil was. Eerst nog had ze uit het raam staan kijken. Haar ogen, de duisternis ongewend, stelden zich scherp. Buiten een schimmenspel, de boom met schommel, het konijnenhok in de hoek, een badje halfvol water. De tuin kwam langzaam boven drijven, als een foto in een ontwikkelbak.Nu ligt ze hier en ruikt voorzichtig aan het donker om haar heen. De nacht dekt haar toe, ze hoeft niet bang te zijn.

Grond valt in zijn ogen. En prikt, mijn god, wat prikt dat. Tranen spoelen halfslachtig  erlangs. Als hij met zijn vingers het vuil weg wil halen, bedenkt hij zich. De met klei besmeurde handen zouden het slechts erger maken. Trekken in plaats daarvan hard aan zijn haren, pijn met pijn vervangend. Waar is die vervloekte bril?

Ze draait zich om, haar rug wordt koud. Vanmiddag nog had ze gerend hier, althans gepoogd, met een voet slepend achter zich aan. Bloed was uit de snee gegleden en had een spoor getrokken over haar hiel en op de grond. Het gras -bijna dood – zoog alles op wat drinkbaar leek. Het rode vocht was goed gevallen.

Hij gaat door. Zet de lege schep in de lemen muur voor zich om hem vol achter weer te legen. Keer op keer zijn eigen graf verplaatsend. Hoelang al? Nog niet lang genoeg, vermoedelijk. Vooraf had hij bedacht zo’n 12 uur te moeten graven. Nu weet hij het niet meer: de wijzers van zijn horloge stonden al lang geleden stil.

Als een moderne Eva was ze in de verboden boom geklommen. Te gevaarlijk, zo maande vader haar altijd. Maar het uitzicht bleef lonken. Natuurlijk zag ze niets meer dan weinig, rollen prikkeldraad die niemandsland omsloten, tot aan de betonnen wal met barakken vol met mensen. Heel erg stoute mensen, had ze gehoord, die voor straf binnen blijven moesten. Ze voelde met hen mee.

Oog om oog: hij had geroofd en werd op zijn beurt de vrijheid ontnomen. Hoewel hij hier in theorie nog wel de redelijkheid van inzag, bleek de praktijk van het opgesloten zitten niet te doen. Een plan, simpel als een jongensboek, zou hem redden gaan. Met schep en lamp het buiten tegemoet. En hier hij is dan, ondergedoken in de aarde, zich een weg banend naar bestemming onbekend. Een blinde mol zonder zicht op wat er komen gaat.

Ze ging op haar tenen staan, hopend op een glimps van de gevangenen. Maar de tak kon het meisje niet dragen en schudde wild van onvermogen totdat zijn last gevallen was. Heel even suisde de lucht in haar oren – toen lag ze geknakt door het prikkeldraad heen. Haar voet deed pijn.

Hij is er klaar mee. Gewoon, klaar. Hij wil niet meer vooruit, hij wil naar boven, wat de gevolgen ook mogen zijn. Moe zet hij de schep in het plafond boven hem, de ogen ditmaal dichtgeknepen. Droge aarde regent op zijn hoofd.

Vader was zo boos geworden. Uit bezorgdheid zei hij later. Haar misdaad werd met twee weken niet naar buiten berecht. Hij had vervolgens lappen in azijn gedrenkt – geleerd nog van zijn grootmoeder- en deze zorgvuldig om de gezwollen voet gewikkeld opdat deze slinken zou. Het zuur beet venijnig in haar vlees.

Hij voelt de grond verzwakken, het boven is nabij. Na de laatste stoot valt de avondlucht toch onverwacht op hem neer. Nauwelijks durft hij het in te ademen, bang om gehoord te worden. Dan richt hij de zaklamp op en ziet de vrijheid aan.

Tekst KdR, Foto HB - ©Imageastory, 2011
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s